Blog posts   << Previous post | Next post >>
Private house of Renaat Braem at Deurne, Antwerp, 1955-1957.
© Francis Strauven, Renaat Braem. De dialectische avonturen van een Vlaams functionalist (Brussels: Archief voor moderne architectuur, 1983), XCII.
Rem Koolhaas, First-Prize-winning invited competition design for the Zeebrugge ferry terminal, 1989.
© Rem Koolhaas and Bruce Mau, S, M, L, XL (Rotterdam: 010 Publishers, 1995), 583.

Post

Posted 01 Jun 2013

français

Joost Meuwissen, ‘Bouwen in België’, A+ Architectuur in België, 242, juni-juli 2013 (Brussel: Informatiecentrum voor Architectuur, Stedenbouw en Design ICASD VZW, 2013), 20.

Bouwen in België.

Joost Meuwissen

‘Treurige vooropstellingen’, dat is waarmee in 1963 Albert Bontridder zijn boek over Hedendaagse bouwkunst in België opent. We bevinden ons in een land dat de ‘architectuur zo vijandig gezind’ is. Het moet aan het land liggen, niet aan de architectuur, want die laatste volgt braaf elke regel van de Internationale Stijl. Een smetteloos, beetje stijf modernisme trekt voorbij als een indrukwekkende reeks saaie prentbriefkaarten waarin alles op alles lijkt. Een afwisseling van grote vlakken en vensterpartijen bepaalt de schaal, dus de afstand. De vensters met hun te kleine glasoppervlakken in steeds iets kozijnigs putten zich uit in vertrouwelijke omgang, bedoeld als levendigheid. Het is wat Victor Bourgeois in 1958 op het oog had met ‘levende architectuur’. Levend moet. Je moet het er wel bij zeggen. Wel jammer dat de heer Bontridder de slechte naam van architectuur wijt aan België en niet aan de architectuur zelf. Dat had voor de hand gelegen en zou bruikbaarder gebleken zijn. Waarom heel België op de agenda zetten om de bouwkunst alhier verkeerd te begrijpen? Het lukt dan ook niet. Uiteindelijk, zegt de heer Bontridder, is het in het buitenland net zo. Zelfs in Amerika, het mekka van de Internationale Stijl, moet je goede bouwkunst met een lampje zoeken. Ze blijft een ‘verborgen juweel midden in een saaie residentiewijk’. Ze houdt zich zo onopvallend mogelijk, als een spion, zou Rem Koolhaas in 1978 zeggen, met als doel België onmerkbaar vernietigen. Ook dit laatste mislukte.
Daarom is van de drie grote prijsvragen in Frankrijk, België en Duitsland die Rem in 1989 als drieluik uitkiest die in België het aangrijpendst. Zoals het hoort werd de ‘zeer grote’ Nationale Bibliotheek in Parijs een rationele afbeelding van een rationeel model van een rationeel heelal. Voor het Centrum voor Kunst en Mediumtechniek in Karlsruhe vindt hij de Europese wolkenkrabber uit. Die bestond nog niet. Het verschil met de Amerikaanse wolkenkrabber is dat in de Europese de verdiepingen bezield en daarom verschillend zijn. Hier bood Belgisch ingenieur Arthur Vierendeel soelaas. Omdat de vierendeelliggers even hoog worden gemaakt als de verdieping die ze overspannen, wisselt een verdieping met kolommen steeds af met een verdieping zonder. Net genoeg differentie om Europees te zijn. De terminal in Zeebrugge daarentegen, die nog steeds niet klaar is, waar zich heel een volk berooid en haveloos naar een betere wereld inscheept, duldt geen andere retoriek dan dat hij er is. Belgische architectuur is. Zonder omhaal. Rem zocht een vorm die op geen enkele andere vorm leek, wat veel moeite en tijd kostte, niet vanwege de eenmaligheid of de exclusiviteit, maar simpelweg om te voorkomen dat iets vergelijkbaars tussenbeide komt. Een vorm die zelfs niet op zichzelf lijkt. Volkomen direct. Er komt niets tussen. Dat is België.


Tags for this post:
belgium

0 comment(s)
Blog posts   << Previous post | Next post >>