Blog posts   << Previous post | Next post >>
Presentation of ‘3D manuscripts’ by the Vedute Foundation at the Berlage Institute in the famous former Orphanage building by the architect Aldo van Eyck in Amsterdam, June 5-14, 1994.
© Vedute Foundation, Amsterdam.
Andrew MacNair, Spanish Haarlem Actual, 1997. Various materials, 44 x 32 x 7 cm.
© Netherlands Architecture Institute, Rotterdam. Vedute collection The written versus the constructed, Nr 0085.
Raoul Bunschoten, Amsterdam Object, 1995. Perspex, concrete, metal, string, 44 x 32 x 7 cm., detail.
© Netherlands Architecture Institute, Rotterdam. Vedute collection The city library of the senses, Nr 0050.

Post

Posted 05 Jun 1994

English

Joost Meuwissen, ‘Onbevangen ruimtelijk. Toespraak ter opening van de presentatie van ruimtelijke manuscripten van de Stichting Vedute, op zondag 5 juni 1994 in het Berlage Instituut te Amsterdam’, Kijk op Vedute. Met een voorwoord van Mirjam IJsseling (Amsterdam: Stichting Vedute, 1996), 31-34.

Onbevangen ruimtelijk

Joost Meuwissen

Dames en heren, ruimtelijke manuscripten noemt de Stichting Vedute de dingen of objecten die ze aan het inzamelen is, niet voor Bosnië maar voor Amsterdam, niet voor Sarajewo maar voor deze andere, mentaal zwaar gehavende stad, die te ingewikkeld is geworden om zelf nog ontmoetingsplek te zijn maar waar ontmoetingsplekken, zoals deze tentoonstelling hier, moeten worden geschapen. In de woorden van de penningmeester van de Stichting Vedute, Mariska van der Burgt, gisteren in NRC Handelsblad: “Een Vedute-presentatie is een ontmoetingsplek geworden waar onbevangen over de projecten kan worden gepraat...”
U dient dus straks onbevangen over deze projecten te praten.
Liever zou ik bevangen, bevlogen en geobsedeerd iets over het hele project van deze ruimtelijke manuscripten willen zeggen.
Met een variant op wat de gouverneur van New York, Mario Cuomo, zei toen er enkele jaren terug een stofexplosie plaats had gevonden in het World Trade Centre in New York en voordat er enig onderzoek was verricht: “Het doet denken aan een bom, het lijkt op een bom, het heeft dezelfde uitwerking als een bom, het is een bom,” zou ik willen zeggen, deze ruimtelijke manuscripten zien eruit als een boek, ze hebben vorm en formaat van een boek, ze staan of liggen als een boek op hun boekenplank, ze verwijzen naar een boek, ze doen me denken aan een boek, ze zijn een boek.
Het is geruststellender het een boek te noemen. Het is geruststellender de stofexplosie een bom te noemen, omdat elke andere mogelijkheid onrustbarender is.

Hoewel de inzameling als geheel wordt aangeduid als bibliotheek, heeft het bestuur van de Stichting Vedute de moed gehad niet te spreken van boeken maar van ruimtelijke manuscripten, om deze objecten niet te verwarren met een kunstenaarsboek.
De opdracht tot het verbeelden van je ruimte, je mentale ruimte, is interdisciplinair. Voor een kunstenaar is het een architectonische opgave. Voor een architect is het een kunstopgave. Het laatste blijkt moeilijker te zijn dan het eerste. Architecten hebben moeite met deze opgave. Ze willen wel maar kunnen niet. Niet dat hun mentale ruimte te groot of te klein is om op dit formaat te worden weergegeven, maar juist omdat het gaat om een verbeelding ervan. Ik kom hier nog op terug.
In een tijd van computers en electronische communicatie, nu het verschijnsel manuscript nagenoeg is uitgestorven of althans niet meer algemeen gebruik is en als het opduikt om een bijzondere reden is, doet het woord manuscript haast archeologisch aan – een archeologie van onze tijd. En het woord ‘ruimtelijk’ dient hier niet letterlijk te worden genomen maar overdrachtelijk te worden opgevat.
Iedereen die een boekenkast heeft weet wat een ongelooflijke ruimte boeken innemen. En met wat voor reusachtig gewicht. Een boekenkast is altijd te klein. Hij puilt altijd uit en het grootste deel van het budget van de Stichting Vedute gaat dan ook niet op aan verwerving maar aan bewaren en conserveren.
Toch is het niet deze natuurlijke of letterlijke ruimte die hier wordt bedoeld maar een ruimte die binnen het volume van een boek wordt weergegeven. Dit is denk ik het kernvraagstuk.
Architecten hebben de indruk, hoe onjuist ze ook mag zijn, dat ze ruimte maken en niet weergeven. Waar ze, in hun werk, het dichtst een weergave naderen en niet een letterlijke beschrijving in tekening of maquette op schaal, is dit in collage of diagram, in hun conceptuele schema's, maar deze zijn bijna altijd tweedimensionaal. Een driedimensionaal diagram maken van een relatief eenduidig iets, van je mentale ruimte, is van een architect te veel gevraagd. Of te weinig gevraagd.

Het voornaamste wat mij opvalt in deze boeken is hun volledige positiefheid.
De mentale ruimte die kunstenaars in Nederland, vooral in Amsterdam, op deze wijze verbeelden is louter positief, tevreden, opwekkend, opbeurend, optillend, optellend. Er is geen boek dat de bibliotheek onmogelijk maakt. Er is geen boek dat de verzameling vernietigt. Negativiteit blijkt in de mentale ruimte van de deelnemers of althans in de weergave ervan niet voor te komen. Ik vind dit sociologisch intrigerend en artistiek verontrustend.
Alle grote kunst is negatief. Waar is in deze ruimtelijke manuscripten de negativiteit gebleven?
Hiermee hangt een andere vraag samen die sinds de krant van gisteren door mijn hoofd spookt. Als de Stichting Vedute vooral onbekende kunstenaars uitnodigt, hoewel niet iedereen even onbekend is, hoe heeft de Stichting dan deze onbekende kunstenaars leren kennen?
Voorts, hangt de onbekendheid van de kunstenaars samen met het feit dat hun mentale ruimte, althans hun eigen weergave hiervan, louter positief is
?
Zelfs als de mentale ruimte erotisch is of althans als iets erotisch wordt verbeeld, zoals in een van de laatste manuscripten, met een buikholte als mentale ruimte of zelfs als de mentale ruimte een tactiele gewaarwording is, zoals het wegen van kleur bij Peter Struycken, blijkt ze louter positief te blijven.
Mijn vraag is, voor de onbevangen discussie, of boeken ook slecht kunnen zijn.
In onze cultuur wordt het verschijnsel boek louter positief gewaardeerd. Waarom?
De vraag is niet of de mentale ruimte van de ingezamelde kunstenaars louter positief is. Ik geloof hier niks van. Maar waarom de weergave ervan dit is.
Met deze naar ik hoop opbeurende woorden verklaar ik deze mooie tentoonstelling, deze onbevangen ontmoetingsplek, voor geopend.
 


Tags for this post:
amsterdam
book
vedute foundation

0 comment(s)
Blog posts   << Previous post | Next post >>