Blog posts   << Previous post | Next post >>
Charles Garnier, Hyacinthe L’Hoest and Jules Mozin, Droixhe housing estate at Liège, 1961.
© G[eorge] E[verard] Kidder Smith, Moderne Architektur in Europa. Translated from the American and edited by Hermann Bauer (Munich: R. Piper & Co. Verlag, 1964), 18.
René Stapels, Apartment building at Avenue Louise 317, Brussels, 1957.
© Photograph by Les Frères Haine. From Kidder Smith, Moderne Architektur in Europa, 17.

Post

Posted 01 Oct 2013

français

Joost Meuwissen, ‘Tussenruimte’, A+ Architectuur in België, 244, oktober-november 2013 (Brussel: Informatiecentrum voor Architectuur, Stedenbouw en Design ICASD VZW, 2013), 16.

Tussenruimte.

Joost Meuwissen

‘Onbevredigend’, noemt in 1961 George Kidder Smith de Belgische architectuur in zijn boek The New Architecture of Europe. Zo is het al sinds de Eerste Wereldoorlog. Met uitzondering van Scandinavië is na de Tweede Wereldoorlog de architectuur in héél Europa veel minder goed dan die in de Verenigde Staten. De Nederlandse is gewoon ‘teleurstellend’, na de verwachtingen die in de jaren 1920 waren gewekt. Frankrijk lijdt aan ‘architectonisch atavisme’, op hetzelfde niveau als Portugal, toentertijd in alle opzichten een achterlijk land. Het zou komen door ontoereikend onderwijs en in geval van België bovendien een ‘krachteloos materialisme’. Er valt wat voor te zeggen.
De architecten die de eerste eeuwhelft de moderne architectuur hadden gebracht konden dat doen door hun klassieke opleiding, die ze uit wraak hun eigen leerlingen onthielden. Bij gebrek aan beter sijpelden de klassieke proporties nog wel door in de ontwerpoefeningen, maar zonder samenhang en verwaterd tot een soort eigen ervaring. Vandaar het naarstig zoeken naar maatsystemen, vanaf Le Corbusiers Modulor. Het blijven toevalsmissers die nergens op gebaseerd zijn. In 1980 was het op de Biënnale in Venetië al primitieve seriële geometrie wat de klok sloeg. Rem Koolhaas, die daaraan met alle macht probeert te ontkomen, wordt aanvankelijk van deelname uitgesloten. Niet ten onrechte. Klassieke vormen worden uit hun verband gerukt en weergegeven als halve cirkel en driehoek, als surrogaat of liever nog, placebo. Als later met de computer op grond van willekeurige, geheim gehouden statistische controlemiddelen de rasters gebogen kunnen worden – wat voorheen evengoed had gekund – eindigt elke curve in een agressieve punt. Architecten willen hun systeem niet kunnen stopzetten.
Maar van 1950 tot 1980 ging het nog om losse dingen in de ruimte. Ze liftten een tijdje mee met het voertuig aarde. Er was wel een soort vakdiscussie, bij voorbeeld bij Mies’ Seagramgebouw in New York, over hoe de gevel te beëindigen op de hoek maar nauwelijks over de bovenkant en onderkant. Die waren ‘vrij’, sinds Le Corbusier in zijn Belgische noodwoningen van na de Eerste Wereldoorlog zijn ‘eenheden’ op pootjes had gezet. Vrij waarvan? Voor dak noch begane grond was voldoende invulling gevonden. Het is precies het manco van de amper drie bouwsels uit België die George Kidder Smith goed genoeg vindt voor zijn boek. Hoe prachtig in Brussel de gevelopbouw ook is van André Jacqmains Foncolingebouw en van René Stapels’ flatgebouw aan de Louizalaan, hij wordt in beide gevallen bedorven door verkeerde dakverdiepingen. In de wijk Droixhe te Luik weten de architecten Carlier, Lhoest en Mozin de veelbelovende begane grond van het ‘intimiderende’ repetitieve complex van fraaie flats op V-vormige pootjes niet anders dan via nodeloze verkeerswegen in stukjes te hakken. Van 2009 af worden de flats dan ook zelf in stukjes gehakt.


Tags for this post:
belgium

0 comment(s)
Blog posts   << Previous post | Next post >>