Blog posts   << Previous post | Next post >>

Post

Posted 13 Sep 1996

Geluk in Suburbia. Lezing op het symposium Geluk in Suburbia, 13 september 1996 in Theater Café Restaurant Gooiland te Hilversum

 

Joost Meuwissen

 

Dames en heren, suburbia kan op vele manieren worden gedefinieerd, maar in ieder geval is het een plaats waar veel mensen graag wonen en langer leven, zoals het planbureau deze week liet weten, langer leven dan in de stad. In de Nederlandse discussie ligt vaak de nadruk op de negatieve planologische gevolgen als de wens tot suburbia zou worden verwezenlijkt, maar dan wordt ervan uitgegaan dat suburbia noodzakelijkerwijs lage tot zeer lage dichtheid inhoudt en ik hoop aan te tonen dat dit niet het geval hoeft te zijn. Suburbia heeft niets met dichtheid te maken en Dudoks Hilversum, mijn eerste voorbeeld, is hiervan een overtuigend bewijs.

In dit opzicht kan suburbia overal worden verwezenlijkt, ook in het stadscentrum, ook in de periferie. Op mijn bureau spreken we van downtown suburbia, een gewenste suburbanisering in de stadscentra als een mogelijk beter gevoel.

De vraag is: wat is de aantrekkelijkheid van het produkt suburbia volgens de mensen die daar graag wonen en vervolgens: wat zijn de architectonische en stedebouwkundige technieken om die vraag te realiseren zonder die negatieve gevolgen. Wat dit betreft kunnen we van Dudok meer leren dan over hem in de architectuuropleidingen te berde wordt gebracht.

Als een van de oudste suburbs in Nederland, destijds overigens tuinstad genoemd, heeft Hilversum, zelfs in sommige villawijken, een relatief hoge dichtheid, maar deze lijkt helemaal niet uit te maken. Hoge dichtheid in suburbaan model maakt relatief prettige sociale controle mogelijk. Toen een van mijn Amerikaanse buren in de straat waar ik woon, de Mauritslaan in Hilversum, bankdirecteur in Frankfurt werd, heeft hij zijn huis aangehouden om ieder moment terug te kunnen keren naar wat hij noemt de prettigste straat ter wereld. De Engelse kriticus R. Furneau Jordan schrijft veertig jaar geleden in The Architectural Review over de vrolijke blozende kinderen van Hilversum. Waar zit dat in? Omdat het Hilversums model over alle, op zichzelf nogal streng gesegregeerde wijken gaat (aparte wijken voor arbeiders, witte boorden en rijke mensen), is het een sterk bindende, in plaats van segregerende noemer. Hoe is Dudok erin geslaagd met zijn architectuur en stedebouw dat gevoel over te brengen?

Niet door iets collectiefs vorm te geven, eerder, zou ik bijna zeggen, door vormgeving of overmatige nadruk op het collectieve, op de openbare ruimte, te vermijden. In de zogenaamde Vierde Gemeentelijke Woningbouw, langs de Bosdrift, die precies 75 jaar oud is, even oud als mijn moeder, met aan de ene kant een school, de Bavinckschool, en aan de andere kant van de woningbouw een badhuis, wordt het openbare bouwwerk wel als openbaar bouwwerk vormgegeven, in de bekende piramidale vlakkenopbouw die in een toren, in een punt culmineert, maar ermee wordt geen collectieve ruimte voor deze wijk geschapen. De lange muur, die de school met de straat verbindt, of liever gezegd de afstand tussen straat en openbaar gebouw onderstreept, maakt zo'n collectieve ruimte eerder onmogelijk. Dudok doet geen moeite een plein te maken, ook in het midden van de dubbele rij woningbouw blijft de buitenruimte zo informeel mogelijk. In de woningbouw zelf gebeurt hetzelfde. Een uitdrukking van dichtheid wordt vermeden door ook voordeuren bijna verborgen op de kopse kanten, door twee naast elkaar liggende voordeuren een strenge symmetrie te geven, tot in het toegangspad toe, door geen privétuinen te maken maar ook geen openbare ruimte maar door, zou je kunnen zeggen, door in de symmetrie van de lange toegangsmuren, die op hun beurt visueel gezien weer nergens toe leiden, en er dus uitzien als muren die uit het complex te voorschijn komen, alsof de straat en de overkant van de straat er helemaal niet toe doen, alsof de huizen, net als de school, hun eigen ruimte maken waar ze vervolgens in staan. De verbluffende sequentie van ja, wat zijn het, muren, keermuren, verwijst naar een andere, ideële verkaveling dan de dichte van sociale woningbouw, zonder deze andere verkaveling tot iets collectiefs te bestempelen. De muren fungeren als etalage waar de gebouwen in staan en op die manier visueel worden geïntensiveerd tot iets wat je zou willen hebben. Niet toevallig dat Peter Cook in zijn boek Action and Plan, eind jaren zestig, deze visuele intensivering, deze directheid, bij een illustratie van de Bavinckschool met zijn lange muur, omschrijft als 'charming in its banality' - wat in die tijd uitsluitend positief bedoeld was.

Zelfs het badhuis, dat het complex symmetrisch afsluit, heeft nog dezelfde articulering ten opzichte van de op zichzelf niet anders dan door bomen - de individualiteit van de straat wordt door Dudok door bijzondere beplanting gemaakt en blijft hierdoor informeel - zelfs het badhuis wordt nog op dezelfde wijze naar de straat toe, met afstand, met etalage scheppende muren, geformuleerd, vandaar de verwarring waar nu eigenlijk de ingang is.

Twintig jaar later gaat Dudok nog altijd verder op deze weg, op het punt waar de beide straten aan weerskanten van het badhuis bij elkaar komen en er uitzicht zou zijn op iets collectiefs, een park, door hem aangelegd in de dieper liggende, uitgegraven Oude Haven. Het dak van de zout- en zandbunker die hij rond de oorlog bouwt, ligt iets hoger dan de openbare ruimte van de straat of althans, ontneemt het uitzicht op het park. De balustrademuur op het holronde gebouw heeft weliswaar openingen, maar het zicht door deze openingen wordt op zijn beurt aan het oog onttrokken omdat de gebogen banken zelf weer deel van de muur zijn, een differentiatie van de muur. In plaats van uitzicht is er het balkon waarop het uitzicht kan worden genoten, zonder dat de stedelijke ruimte van dit balkon, buiten de muur, de leuning die er is om te voorkomen dat de mensen in de Oude Haven vallen, overmatig collectief is vormgegeven.

Suburbia verschilt van de stad en van de periferie. De klassieke stad is opgebouwd uit lijnen: straten, pleinen, perspectieven, zichtlijnen: collectieve zaken. De lijnen leiden je. De stad gaat over 'being acted upon', terwijl suburbia, daartegenover, over activiteiten gaat, over doen. De klassieke stad is te vergelijken met een museum. De dingen zijn niet van jou. Suburbia is te vergelijken met een shopping mall, met winkelen. Mensen zijn gelukkig in suburbia om dezelfde reden als mensen het prettig vinden om te winkelen. Winkelen kent geen kern en geen einde of althans, op het eind is er koffie en een mokkapunt.

Suburbia verschilt van periferie omdat het niet gefragmenteerd is. Het is individueel, niet fragmentair. Hierin onderscheidt het Europees suburbane zich fundamenteel van de Amerikaanse suburbane modellen, of het nu Levittown of Seaside is. Het hoeft geen gesloten geheel te vormen. De Amerikaanse suburb volgt een model van uitsluiting, namelijk gelukkig zijn zolang je maar niet over het hek kijkt. Amerikaanse kritici spreken in dit verband van 'blissful ignorance', gelukzalige onwetendheid. Zelfs Seaside, waar het collectieve in hoge en krachtige mate met architectonische en stedebouwkundige middelen uit de geschiedenis wordt nagespeeld, zogezegd, is gebaseerd op afscherming.

Gevraagd om binnen de Vienexlocatie Leidsche Rijn bij Utrecht, een plan van Riek Bakker en een ontwerp van Rients Dijkstra, Michelle Provoost en Wouter Vanstiphout, met een schitterende internationaal bewonderde glasmaquette, om ten behoeve van realisering van dit plan nieuwe, experimentele en meer aantrekkelijke woonmodellen te ontwikkelen, was het voor mijn bureau, voor Matthijs Bouw en mij, duidelijk dat zo'n aantrekkelijkheid niet op grond van uitsluiting of afscherming tot stand zou moeten komen. In plaats van een ruimtelijke scheiding van openbaar en privé van tevoren vast te leggen en min of meer gedwongen te worden openbare ruimte vorm te geven als iets collectiefs, was het uitgangspunt, om tot een bepaling van de verhouding openbaar-privé te komen - het probleem is dat de woning, als huis met Internet, tegenwoordig openbaarder is dan de straat - was het uitgangspunt dat de buitenruimte 100% privé moest zijn en tegelijkertijd 100% openbaar. Dat wil zeggen dat elke scheiding tussen openbaar en privé wordt opgeheven. Derhalve zijn er geen tuinhekjes en in sommige villa's zelfs geen voordeuren. Alle villa's hebben een tennisbaan op het dak.

Volledig openbaar is de buitenruimte dan te beschouwen als tennispark. Volledig privé is de buitenruimte te beschouwen als een huis met tennisbaan.

Tennisspelen heeft op zichzelf al, hoe privé het ook is, de eigenschap het gevoel te geven op de televisie te zijn.

Van alle niet-collectieve (voetbal) en niet-individuele (atletiek) sporten geeft tennis het meest een televisiegevoel. Ook mensen die niet tennissen krijgen dit gevoel.

Net als vroeger ontstaat openbaarheid derhalve als mediabeeld, maar dan een mediabeeld van onze tijd. Zonder nostalgie.

Omdat je niet weet hoeveel woningen per tennisveld aanwezig zijn, is dichtheid niet meer zichtbaar. Dichtheid wordt uit het visuele verwijderd. Er is alleen een dichtheid van tennisvelden, niet van woningen. Maar deze dichtheid van tennisvelden wordt niet door tennis maar door de woningen bepaald. De dichtheid wordt alleen maar visueel als een dichtheid van iets anders. Daarom kan het alles zijn, het kunnen ook voetbalvelden zijn. 6 onder een tennisbaan of 25 onder een voetbalveld. In het laatste geval wordt de symmetrische woning, de Rob-van-Engelsdorp-Gastelaarswoning, zonder al die kleine hokjes maar met twee forse en gelijkwaardige werkkamers, want beide partners werken, parkeren de auto beneden voor hun eigen deur en ontmoeten elkaar boven in het zwembad - wordt de symmetrische woning zo opgerekt dat de badkamer in het midden een zwembad wordt.

Afwezigheid van dichtheid wordt versterkt door een visueel ontbreken van verkaveling. Scheidingsmuren tussen woningen worden in de gevels niet uitgedrukt. Verder worden aan de reeds aanwezige en reeds geplande straten en ontsluitingen zo min mogelijk nieuwe straten toegevoegd.

Tennissen langs de snelweg, met rijdend publiek, is leuker dan eenzaam tennissen in het bos. Omdat de levendigste uitzichten die op snelwegen en drukke wegen zijn worden de hinderzones in de bebouwing opgenomen; de hinder wordt bouwtechnisch opgelost.

Alle bebouwing kan als lintbebebouwing langs bestaande wegen worden verwezenlijkt, dat wil zeggen langs ventwegen of direct uitgevend op de weg. Er zijn geen wegen die er alleen maar toe dienen woningen te ontsluiten. Het bestaande landschap is de drager. Het bestaande landschap wordt verdicht en blijft hierdoor zoveel mogelijk intact. De tennisbaan kan op elke diepte van het grondstuk liggen en ligt feitelijk onderbepaald op zijn plaats. Het bestaande landschap wordt gerestaureerd.

Stedenbouwkundig is het ontwerp onderbepaald. Juist door volledig te parasiteren op het bestaande, zoals Dudok met zijn straat deed, onderstreept lintbebouwing het belang en de kracht van het bestaande.

De schermen van de tennisvelden geven de huizen een kolossale orde die het probleem van de uitdrukking van verdiepingen in de gevel - een typisch woningbouwprobleem waarvoor in de vormgeving geen oplossingen bestaan - systematisch oplost. Van dit op te lossen probleem bevrijd kunnen de architectonische elementen - ramen en deuren - in alle vrijheid en individueel worden bepaald.

Hoger dan het tennisscherm tref je alleen nog bewegende punten aan: te hoog opgeslagen tennisballen en de toppen van de kegelvormige bomen. Lichtmasten zouden de scherpte van het beeld verstoren. Daarom wordt de tennisbaanverlichting aan de hoogspanningskabels bevestigd die het gebied nu eenmaal doorkruisen.

De lampen aan de hoogspanningskabels hebben de vorm van grote gele tennisballen. Zo ontstaat een visuele Karl-Friedrich-Schinkelreeks: 1) tennisnet met kleine gele tennisbal; 2) tennisnet met grote gele tennisbal (de lamp) 3) hoogspanningsnet met grote gele tennisbal (de lamp) 4) hoogspanningsnet met extragrote gele tennisbal (de zon).

Op deze wijze kunnen alle louter technische systemen die als negatief worden ervaren, zoals hoogspanningsmasten, autowegen, vliegvelden en dergelijke, in de architectuur van een project worden opgenomen en gevisualiseerd. Op het moment dat een uitdrukking van het collectieve en van congestie, als iets verstikkends, wordt vermeden, is het mogelijk dat negatieve zaken, waarvan mensen weten dat ze er zijn, niet uit het beeld hoeven te worden verwijderd maar als een omgeving worden gezien waar je deel van wil uitmaken. Een omgeving die bestaat uit dingen die niet van jou zijn maar die je wel wil hebben. Suburbia dus niet, op de Amerikaanse manier, als een ruimtelijk privédomein met al dan niet collectieve representatie, maar het gevoel dat de straat en zelfs het huis van de buren van jou is, als een vorm van sociale interactie, zoals op maandagmorgen praten over de tv-programma's van het afgelopen weekeinde.

 

In ons meest recente Oostenrijkse stedebouwkundige ontwerp, een meervoudige opdracht met twee andere deelnemers, voor 500 woningen, een sportcomplex en een medisch centrum bij het vliegveld van Salzburg, dat ik daar volgende week moet presenteren, gaat het erom het suburbane karakter van de situatie te versterken en een ongecontroleerde periferietoestand, waaraan het gebied nu lijdt, te vermijden of althans in suburbane richting om te buigen. Op de bewonersavonden bleek dat de mensen zo tevreden waren met hun woonomgeving dat ze eigenlijk helemaal geen verandering wilden en dus ook, volgens mij, van een verregaandere perifere ontwikkeling gevrijwaard wilden zijn. Ik heb gezegd dat ze daarin gelijk hadden, dat ik er blij om was dat eruit blijkt dat ze trots zijn op hun omgeving zoals die is en terecht! - het is prachtig hoe de vliegtuigen in het weiland taxiën. In tegenstelling tot de 'blissful ignorance' van de amerikaanse suburbs zou het er in Europa om moeten gaan de kennis van de mensen aan te spreken en die zomogelijk in de planning zo veel mogelijk mee te nemen, opdat de nieuwe omgeving begrijpelijk blijft, makkelijk communiceert en dus goed gebruikt kan worden. Een gevolg van deze uitspraak was, dat de bewoners of althans een vertegenwoordiging van hen, van de oppositiebanken af in de jury binnengehaald zijn en terecht. Omdat de mensen tevreden zijn met het bestaande en hun omgeving goed kennen, hebben we geprobeerd het bestaande tot uitgangspunt te nemen, als iets wat waard is te worden uitgebreid, waardoor ook de bestaande negatieve appreciaties, bijvoorbeeld de sociale minachting voor het stukje sociale woningbouw dat er is, zou kunnen worden opgeheven, omdat ook deze het waard zou zijn te worden uitgebreid. Het programma bestaat uit sociale woningbouw, studentenhuizen en seniorenwoningen met aanpalend verzorgingshuis. Ook hier zijn zo min mogelijk nieuwe straten toegevoegd en is bijna het hele programma als uitbreiding of herhaling van bestaande bebouwing langs de enige doorgaande straat ontworpen, opdat deze straat, van negatief gewaardeerde verkeersgoot tot drager en eigenlijk enige centrum van het plan zou worden. De kracht van herhaling als ontwerptechniek is dat het bestaande als uitbreidbaar wordt beschouwd, dat wil zeggen op zichzelf al als waardevol genoeg om te worden uitgebreid, maar vooral, dat binnen het bestaande de uitbreidbaarheid ervan op een heel precieze wijze moet worden vastgesteld. Een ontwerp wordt er uiterst empirisch door. Ik dank u voor uw aandacht.

 


Tags for this post:
garden city
housing

0 comment(s)
Blog posts   << Previous post | Next post >>